
Voor een optimale bodemaanpassing is het schijvenveld, afhankelijk van het model, in twee of vier secties verdeeld. Door de aanpassing zowel naar beneden als naar boven wordt een maximaal aanpassingsvermogen bereikt, zodat de werkdiepte over de volledige machinebreedte constant blijft.

De getrokken schijveneggen met een werkbreedte van 8 m en 10 m bestaan uit twee werksecties. Beide klapvelden kunnen zich dus aanpassen aan de grond om een constante werkdiepte te bereiken. Een negatieve verzakking van -3 ° en een opwaartse aanpassing tot 6 ° is mogelijk.

De viervoudige opbouw van het schijvenveld zorgt voor een nauwkeurige contourvolging van de TERRADISC HT 12000. Elk van de klapvelden volgt onafhankelijk de bodemcontouren, waarbij de binnenste velden zich kunnen aanpassen binnen een bereik van -3 ° tot 6 °. Ongeacht deze positie zorgen de buitenste klapvelden voor een aanpassing van -4,5 ° tot 4,5 °. Dit betekent dat de TERRADISC zelfs in moeilijk terrein de contouren volgt.

Het aanpassingsvermogen van de klapvelden zorgt samen met de hydraulische voorspanning van de werkvelden voor een constante oplegdruk. De voorspanning is bij de TERRADISC HT 12000 voor verschillende gebruiksomstandigheden per paar individueel instelbaar voor de binnenste en buitenste klapvelden. Dit maakt het mogelijk om met de dieptegeleiding via de tast- en onderstelwielen een gelijkmatige bewerkingsdiepte over de volledige werkbreedte te behouden.