Veelzijdige inzetbaarheid

×

Allround talent

Als voorwerktuigen overtuigen LION-rotorkopeggen niet alleen bij afzonderlijk gebruik, maar ook in combinatie met alle aanbouw- en opbouwzaaimachines van PÖTTINGER zijn hun sterke punten duidelijk te zien. U kunt de bodembewerkingsmachines samen met VITASEM- en AEROSEM-zaaimachines en de flexibele TEGOSEM-tank gebruiken.

Het aan- en afkoppelen gebeurt voor alle opbouwzaaimachines via dezelfde houderconsoles op de aandrukrollen. Het snelle en eenvoudige aan- en afkoppelen gebeurt via een 4-puntshouder – geheel zonder gereedschap.

Bij aanbouwzaaimachines is een HYDROLIFT-frame voor het koppelen van een LION of FOX vereist.

Voor tal van toepassingen te gebruiken

In combinatie met de VITASEM-modellen kunt u kiezen uit een mechanische of optioneel hydraulische topstang. De hydraulische topstang trekt de zaaimachine bij het heffen dichter naar de rotorkopeg toe, zodat het zwaartepunt van de machine op de kopakker dichter bij de tractor komt te liggen. Het manoeuvreren op hellend terrein wordt daardoor gemakkelijker. Op de kopakker wordt daardoor een duidelijk hogere hefhoogte bereikt.

Andere voordelen:

  • Meer vrije hoogte boven de bodem door het optillen van de kouter

  • Betere plaatsing in hoeken of bermen aan de rand van het veld

  • Voordraaien zonder gebruik van de zaaimachine is mogelijk

  • Egalisatie van groeven

Focus op gewichtsreductie en -verdeling

Een slanke en tegelijk stevige aanbouwbok biedt meer zicht op de achterkant. Bovendien wordt er ten opzichte van de eerdere modellen gewicht bespaard.

  • Bij de AEROSEM-zaaimachines ligt het zwaartepunt tussen de rotorkopbalk en de aandrukrol.

  • Bij de VITASEM-modellen ligt het zwaartepunt in het voorste gebied van de aandrukrol.


Voordelen van de 4-puntshouder:

  • Het extra gewicht van een zaaimachine wordt volledig opgevangen door de aandrukrol om de bodem maximaal te ontzien.

  • Het zwaartepunt van de volledige zaaimachineopbouwcombinatie ligt heel dicht bij de tractor. De ontlasting van de vooras van het trekvoertuig is daardoor gering en daardoor is bij het sturen optimale tractie gewaarborgd.

  • De rotorkopeg kan in een combinatie los van de zaaimachine naar boven toe uitwijken.

  • Aanpassingen van de werkdiepte van de rotorkopeg hebben geen invloed op de ingestelde zaaidiepte.